SWOLSCHE SCHOOL

Systeemtherapie Oost-Nederland    

 

                                                           pastedGraphic.png    

 

Inhoud Cursus Systeemtherapie

De cursus bestaat uit 21 dagen. Een cursusdag bestaat uit een ochtend sessie van 9.30 uur tot 12.45 uur en een  middag sessie van 12.45 uur tot 17.00 uur.

  1. De in totaal 21 dagen vormen een praktijkgerichte training in de systeemtherapeutische toepassingen bij de behandeling van kinderen, jeugdigen en volwassenen. De cursist bekwaamt zich in gezinstherapie, partner relatietherapie, individuele therapie vanuit een systeemtheoretisch kader, therapie bij siblings (broers en zussen),ouderbegeleiding, interventies bij grotere sociale systemen, consultatie enz. Er wordt gebruik gemaakt van en zeer gevarieerde casuïstiek uit ambulante, dagklinische en klinische praktijk. Deze training heeft een stapsgewijze opbouw in vaardigheden en technieken. De cursist kent daartoe een gevarieerd programma.
  2. De module Wetenschap in de Opleiding (WiO) is er o gericht cursisten relevante begrippen en vaardigheden te leren (deze op te frissen) die nodig zijn in publicaties het wetenschappelijk onderzoek te kunnen begrijpen en kritisch te beoordelen, vooral op het gebied van de relatie-en gezinstherapie. (twee dagen)
  3. Om een goede basis te geven voor de praktijkgerichte training, volgt de cursus een inhoudelijk theoretisch traject. Daarvoor geselecteerde en uitgereikte vakliteratuur wordt per bijeenkomst bestudeerd. 
  4. De cursus is opgebouwd uit drie blokken. Hieronder volgt een korte beschrijving per blok.

 

 

Blok 1: Inleiding in systeemdenken en systeemtherapie 

In dit cursusblok , van zes dagen, ligt het accent op de theoretische basis van de systeemtherapie. De cursist maakt kennis met lenigheid in systeemtheoretisch denken. De cursist leert op meerdere systeemniveaus denken, de niveauverwarring te herkennen bij problemen en oplossingen, het kunnen onderscheiden van relevante systeemniveaus, (sub)systemen en partiële systemen. Dit is het kader van het denken dat wordt aangehouden bij het uitwerken van de diverse systeemtherapeutische perspectieven in Blok 2.  

Het systeemtheoretisch denken op hoog abstractieniveau wordt gericht getraind door de cursist vanaf het begin te confronteren met de complexiteit van het therapeutisch systeem. Hierdoor ontstaat het besef dat therapeut en gezin beiden onderdeel zijn van een veelheid van continu in beweging zijnde systemen op verschillende niveaus. Op deze wijze gaat de cursist zichzelf zien als een participerend onderdeel van een aantal systemen en wordt zich bewust van zijn of haar invloed als medeontwerper van die sociale systemen. 

Blok 2:  Vervolg van de Systeemtherapeutische perspectieven

Dit cursusblok , van zes dagen, staat in het teken van de structurele en strategische therapieperspectieven die gebruik maken van systeemtheoretische principes, doch vooral steunen op principes uit de cybernetica, de speltheorie, de communicatietheorie en het structuralisme Doordat deze therapeutische richtingen vooral de 

evenwichtskenmerken van systemen benadrukken, kan de therapeut zich opstellen als veranderaar. Vanuit deze ‘first order’ gedachte speelt de therapeut dan ook een actieve, leidende rol in deze uitoefening van gezinstherapie. Het nemen van initiatief, het aanvaarden van de rol als regisseur en het uitstippelen van een behandelkoers vormen in dit blok belangrijke onderdelen. In de rollenspelen wordt bovendien aandacht besteed aan specifieke problematieken, waar de structureel-strategische gezinstherapie zich van oudsher op heeft gericht. 

Bij de behandeling van het structureel-strategische perspectief worden de lijnen doorgetrokken naar de oplossingsgerichte therapievormen. Dit is ook het geval bij de behandeling van het circulair interview. 

Daardoor leert de cursist binnen de huidige geprotocolleerde systeemtherapeutische behandelprogramma’s de interventies zien die uit eerdere systeemtherapeutische denkkaders zijn voortgekomen. 

Hierdoor zal de cursist bij het ontwikkelen van de eigen therapeutische vaardigheden ook binnen de huidige behandelprotocollen steeds de theoretische kaders kennen en zo het therapeutisch maatwerk leveren door passende attitude en interventies. 

Het intergenerationeel perspectief zal iets minder uitgebreid behandeld worden, aangezien de ervaring leert dat veel cursisten in Nederland hiermee al vertrouwd zijn vanuit hun vooropleiding. 

Vanuit de intergenerationele perspectieven wordt het gebruik van genogrammen geïntroduceerd. Het bijbrengen van respect voor de gezinscultuur vormt een tegenwicht op de op verandering gerichte structureel-strategische richtingen. Dit is in de cursus tevens de overgang naar de meer non-directieve houding van de therapeut, die eigen is aan de systeemtherapieën van de tweede orde. 

Vervolgens wordt de cursist vertrouwd gemaakt met de principes van de systeemtherapie van de tweede orde. Dit betekent voor de therapeut: het professioneel benutten van de authentieke nieuwsgierigheid (irreverence), het circulair bevragen, het ontwikkelen van een therapeutische conversatie, het leren zien van verandering van de verandering, het creëren van nieuwe realiteiten, het bewust zijn van het veelvoud van verhalen en dat verandering in psychotherapie niet bestaat uit het vervangen van verhalen maar gericht is op het verminderen van de dominantie van betekenissen en narratieven. 

Aan het einde van dit blok is de cursist in staat de recente ontwikkelingen binnen het vakgebied te plaatsen in een theoretisch historisch perspectief. Andersom kan de cursist dan de ‘ first order’ systeemtherapeutische perspectieven ook vanuit een postmoderne visie op psychotherapie verstaan. Hiermee word de overgang naar blok 3 gemaakt.

Blok 3: Integratie van systeemtherapeutische perspectieven en Capita Selecta 

Het laatste cursusdeel,  van zes dagen,  is gericht op integratie. Dat wil zeggen dat de cursist tegelijkertijd vanuit meerdere systeemtheoretische perspectieven kan denken en interveniëren tijdens de therapie. Ten tweede weet de cursist tegelijkertijd meerdere, voor de behandeling relevante systeemniveaus te onderscheiden en kan daarin bewegen en ten derde ziet de cursist partiële systemen als therapeutische domeinen. 

In dit blok worden hiervoor Bijzondere Gezinsconstellaties en Capita Selecta gebruikt. 

Hierdoor verkrijgt de cursist een lenigheid van denken in theoretische kaders, waarbij de behandeling van de in dit blok specifieke onderwerpen en problematieken bijdraagt aan het vergroten van kennis en therapeutische   vaardigheden. 

 

Dag 1  Ontwikkeling van de systeemtherapie in de context van de geschiedenis (perspectieven)        

Onderwerpen :

  • Macrosysteemmodellen, 
  • Algemene en Dynamische Systeemtheorie
  • Interferenties tussen systeemniveaus
  • Recursieve hiërarchie van systeemniveaus, niveauverwarring bij systeemanalyses
  • First en second order changes. 

 

Dag 2  

De verwijzers en de verwachtingspatronen Larger system 

Structurele gezinstherapie, invoegen, gezinsstructuren en therapie proces              

Onderwerpen :

  • De verwijzing: deel van het probleem of deel van de oplossing? 
  • Verwijzing als triadisch verschijnsel. 
  • Incongruenties in verwachtingen van gezin en therapeut en de invloed daarvan tijdens het eerste gesprek. 
  • De context van behandeling.
  • De therapeut als regisseur 
  • Actiegerichtheid van de therapeut
  • Structurele gezinsdiagnostiek en therapeutische doelen
  • Gebruik van gezinskaarten, therapie met meerdere generaties

 

Dag   3  Strategische gezinstherapie : het symptoom als onderdeel van redundante interactiepatronen    

Onderwerpen :

  • Het symptoom als onderdeel van redundante interactiepatronen 
  • De vijf meta communicatieve axioma’s van Watzlawick 
  • De therapeutische relatie in de strategische therapie 
  • Het geven van directieven 
  • Heretiketteren en reframing. Herformuleren van het probleem 

 

Dag  4  (Post) Milanse stroming    

Onderwerpen :

  • De verschuiving in het denken over sociale systemen: van stelsels van posities en patronen naar ‘ belief systems’, stelsels van betekenissen.
  • Verschil tussen eerste-orde en tweede-orde cybernetica 
  • De invloed van de Milanese school op de ontwikkeling van de systeemtherapie
  • De werkwijze van de Milanese school, het gebruik van boodschappen en rituelen, post-Milanese invloeden
  • Het circulair interview
  • Hypothetisch taalgebruik

 

Dag  5  Het belang van taal;  betekenissen en narratieven    

Onderwerpen :

  • Van pragmatiek via semantiek naar de taligheid van sociale systemen 
  • Betekenis genererend in plaats van informatie verwerkend
  • Participerende attitude van de therapeut, co-constructie nieuwe betekenissen 
  • Het gebruik van verhalen in psychotherapie

 

Dag 6 De macro systeem modellen en attitude van systeemtherapeut

    

Onderwerpen :

  • De a-specifieke therapeutische variabelen, empathisch vermogen en authenticiteit.  
  • De attitude van de systeemtherapeut  
  • De therapeutische alliantie(s). 
  • De verwijzing: deel van het probleem of deel van de oplossing? 
  • Verwijzing als triadisch verschijnsel. 
  • Incongruenties in verwachtingen van gezin en therapeut en de invloed daarvan tijdens het eerste gesprek. 
  • De context van behandeling.

 

Dag  7 Technieken uit de structurele gezinstherapie; centralizing/de-cetralizing, enactment

    

Onderwerpen :

  • Vervolg van structurele (proces) diagnostiek 
  • Gebruik van gezinskaarten
  • Het gebruik van enactment als herstructurering 
  • Techniek van (de)centralizing
  • Herstructureren

 

Dag  8   Interventies uit strategische gezinstherapie congruente en paradoxale interventies en opdrachten     metaforen, metafore taal en rituelen    

Onderwerpen :

  • Macht en manipulatie: mogelijkheden en valkuilen voor de therapeut
  • Een scala van therapeutische opdrachten
  • De betekenis van metaforen en rituelen in therapie
  • Indicaties voor het gebruik van metaforen en rituelen
  • Het belang van de aansluiting van de metafoor op de denk- en spreektaal van het gezin
  • Therapeutische rituelen bij faseovergangen

 

Dag 9  Post Milanese school en gebruik van hypothesen bij circulair interview        

Onderwerpen :

  • De verschuiving in het denken over sociale systemen: van stelsels van posities en patronen naar ‘ belief systems’, stelsels van betekenissen.
  • Verschil tussen eerste-orde en tweede-orde cybernetica 
  • De invloed van de Milanese school op de ontwikkeling van de systeemtherapie
  • De werkwijze van de Milanese school, het gebruik van boodschappen en rituelen, post-Milanese invloeden
  • Het circulair interview
  • Hypothetisch taalgebruik

 

Dag   10  Reflecting team en Narratieve therapie        

Onderwerpen :

  • De rol van het reflecterend team in het therapeutisch proces
  • De techniek van het ‘hardop denken’, ruimte maken voor andere opvattingen,  zinvolle reflecties 
  • Het creëren, vertellen en horen van verhalen
  • De macht van c.q. de verlammende werking van een (probleem)verhaal
  • Externaliserende (vraag)gesprekken 
  • Deconstructie van het overheersende verhaal, reconstructie, re-authorizing

 

Dag   11  Het gebruik van systemogrammen  binnen de verschillende systeemtheoretische perspectieven

Onderwerpen :

  • De kern van colloboratieve therapie: therapeutische dialoog
  • Attitude van de therapeut  ‘ inner conversation’ 
  • Creëren van ruimte voor verhalen die niet verteld zijn, of die in de context van gezin of relatie nieuw zijn.
  • Het gebruik van verhalen in psychotherapie

 

Dag  12  Partner relatie therapie, denken en spreken over liefde en seksualiteit

    

Onderwerpen :

  • Integratie van perspectieven in een postmodern tijdperk: het naast elkaar bestaan van verschillende perspectieven, waardoor op verschillende wijzen de werkelijkheid wordt waargenomen en het denken beweeglijk blijft.
  • Verandering in continuïteit en veranderingen van continuïteit in sociale systemen
  • Attitude van de therapeut: de therapeut laat mensen niet veranderen maar spreekt met hen in een context van het andere, “waar van de verandering al sprake is”.
  • Beliefssystems over paren
  • Wisselen tussen ouder niveau, paar niveau en individueel en familie niveau. Differentiatie theorie van Bowen en Schnarch (differentiatie)
  • Emotion Focused Therapy  
  • Wat gebeurd er als je in een triade terecht komt

 

Dag 13  Partner Relatie onder druk en scheiding        

Onderwerpen :

  • De derde in de paarrelatie, macht,  seksualiteit.
  • Het verhaal van de paarrelatie. (de therapeut heeft kennis van eigen reactie op spanning)  
  • De rol van de therapeut in het echtscheidingsproces ten opzichte van de volwassenen en de kinderen, verandering van context van therapie 
  • De gevolgen voor ouders en kinderen op betrekkingsniveau
  • Mediatie
  • De blijvende ouderlijke verantwoordelijkheid en de 'omgangsregeling'
  • Het larger system actief betrekken bij het de-escaleren
  • Individueel systemisch werken met ex partners

 

Dag   14  Een ouder gezinnen en samengestelde gezinnen 

 

Onderwerpen :

  • De complexe gezins- en familiestructuur van het samengestelde gezin
  • De positie van de ex-partners, grootouders, nieuwe partners van ouders, enz.
  • Keuzes van de therapeut in de therapie bij samengestelde gezinnen
  • Generatiegrenzen in één-ouder gezinnen
  • De valkuil van de paradoxale hiërarchie
  • Het (systeem)netwerk van één-ouder gezinnen
  • De relaties met de ouder waar de kinderen niet wonen

 

Dag   15 Individuele  psychotherapie vanuit een systemisch kader        

Onderwerpen :

  • De kracht van de onvoorspelbaarheid: wat zijn de effecten op het innemen van een andere positie?
  • Individuele therapie vanuit verschillende systeemtherapeutische perspectieven.
  • Interventies rond andere settingen dan gezin en relatie zoals: problemen op het werk.

 

Dag  16  Trauma en geheim        

Onderwerpen :

  • Seksueel) geweld als geheim
  • Systemische aspecten van disclosure (slachtoffer, dader en betrokkenen)
  • Geweld en larger systems

 

 

Dag  17  Migratie         

Onderwerpen :

  • Het ontwikkelen van een transculturele attitude
  • Toepassingen van systeemdenken in een andere culturele context
  • De integratieve kracht van de “ larger system” modellen

 

Dag 18  Consultatie en systeemtherapie        

Onderwerpen :

  • Verschil tussen intervisie, supervisie en consultatie
  • Relatie consultant – (systeem)therapeut
  • Kenmerkende aspecten van de consultatie: valkuilen en mogelijkheden

 

Dag   19  Presentaties papers  Beoordeling/Toetsing        

Onderwerpen :

Paper (die geschreven is door de cursisten) presenteren van met toepassing van het geleerde.